Recht op bonus bij negatief resultaat?

 

 

 

Werkgevers zijn zuinig op hun goed presterende medewerkers. Een gunstig pakket arbeidsvoorwaarden helpt om deze waardevolle werknemers binnen te halen en te behouden.
Een bonusregeling kan onderdeel zijn van zo’n pakket. 

Dat je goed moet kijken naar de juiste formulering van zo’n regeling, blijkt wel uit de volgende zaak, waarover tot in hoger beroep is geprocedeerd.

Bedrijf X, verder Xaver genoemd, heeft in het Handboek Arbeidsvoorwaarden een bonusregeling opgenomen. De bonus is afhankelijk van de jaarlijkse beoordeling van de medewerker en wordt uitgekeerd bij ‘Resultaat Xaver tot 5% voor belasting’. Werknemers die in een bepaald jaar een bovengemiddelde beoordeling van 5 of hoger hebben gekregen, komen voor de bonus in aanmerking. Daarover is geen discussie. Dat er toch geprocedeerd moet worden, komt door een geschil tussen Xaver en de medewerkers of er een bonus uitgekeerd moet worden in een jaar waarin Xaver verlies heeft geleden. “Ja” zeggen de werknemers, want er staat: over het resultaat tot 5 %. En een negatief resultaat valt daar ook onder. Xaver is het daar niet mee eens. De rechter moet de knoop doorhakken.

Winstgevendheid niet het uitgangspunt

De kantonrechter stelt Xaver in eerste instantie in het gelijk. Een bonus is immers, anders dan een periodieke salarisverhoging, een extra beloning voor prestaties die hebben bijgedragen aan een positief resultaat, aldus de kantonrechter. In het hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag, oordelen de rechters anders. Het hof gaat wel mee in de gedachte dat de omvang van de bonus mede afhankelijk is van het resultaat, in de zin van: hoe beter het resultaat, hoe hoger de bonus. Maar dat winstgevendheid een absolute voorwaarde is voor het recht op een bonus, is in de tekst van de regeling bij Xaver niet te lezen vindt het hof.

Het hof stelt dat het uit oogpunt van goed werkgeverschap en ook in de praktijk niet ongebruikelijk is, dat goed functionerende werknemers ook bij verlies extra voor hun goede inspanningen worden beloond.  Wat voor het hof ook meespeelde is, dat in een vorige versie van de bonusregeling expliciet was vermeld dat de drempel voor het recht op een bonus een netto winstmarge van 0.9% was. In de huidige versie was die eis niet teruggekeerd. Het hof zag daarin een aanwijzing dat een eis van een winstgevende situatie niet meer gold. Het feit dat er door de jaren heen in de ‘toekenningsbrieven’ steeds is vermeld dat het om een 'winstuitkering' gaat, brengt het hof niet op andere gedachten.
Deze brieven zijn namelijk geen bron van uitleg van de regeling uit het handboek.

Letterlijke tekst uitgangspunt

Kortom: het hof gaat bij de uitleg van de bewuste regeling in principe uit van de letterlijke formulering (er staat tot 5% en niet van 0% tot 5%). Het hof doet dat omdat de medewerkers niet zelf bij de totstandkoming van de regeling zijn betrokken. In dat geval wordt geen rekening gehouden met de bedoelingen of achterliggende gedachtes van degenen die de regeling hebben opgesteld.
Die bedoelingen zijn immers niet kenbaar voor derden zoals – in dit geval – de werknemers. Natuurlijk kijkt het hof bij de uitleg van de regeling ook naar elders in het handboek gebruikte formuleringen en naar de aannemelijkheid van de verschillende denkbare interpretaties. Deze aanpak is ter bescherming van derden: als je niet bij de onderhandelingen betrokken bent geweest, moet je niet overvallen worden door een voor jou onbekende uitleg van een bepaling in een overeenkomst, dan is de letterlijke tekst het uitgangspunt.

Voortbestaan bedrijf geen argument

Xaver heeft zich er nog op beroepen dat het toekennen van een bonus ook bij een negatief bedrijfs-resultaat uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het verlies zou in dat geval immers groter worden, waardoor het voortbestaan van de onderneming op het spel komt te staan. Het hof gaat hieraan voorbij, omdat Xaver de gestelde negatieve gevolgen onvoldoende concreet had onderbouwd. Xaver moet de medewerkers de door hen gevorderde bonus betalen, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 10% en vermeerderd met de wettelijke rente. Juristen wordt wel eens verweten onnodig ingewikkeld te doen over de tekst van een overeenkomst. Maar uit deze uitspraak blijkt maar weer hoe belangrijk een nauwgezette formulering is. 

 
   « Meer Nieuws...